Kleding wassen vroeger: zo hielden mensen hun kleren schoon

Inhoudsopgave

Kleding wassen vroeger was zwaar werk dat uren, soms zelfs dagen in beslag nam. Er waren geen wasmachines, geen wasmiddel en geen warm water uit de kraan. Toch wisten mensen door de eeuwen heen manieren te vinden om kleren schoon te krijgen, van urine in de Middeleeuwen tot wasplanken en zeep in de negentiende eeuw.

Kleding wassen vroeger in de Middeleeuwen: urine als wasmiddel

In de Middeleeuwen was urine een veelgebruikt waskrachtig middel. Dat klinkt vreemd, maar het werkt: urine bevat ammoniak, en ammoniak lost vet en vuil op. Mensen verzamelden hun eigen urine in potten en lieten die soms een paar dagen staan zodat het ammoniakgehalte steeg. Daarna werden de kleren erin geweekt en uitgewrongen.

Naast urine gebruikten mensen ook houtassen. As vermengd met water vormt loog, een alkalische vloeistof die ook ontvettend werkt. De kleren werden in dit loogwater gelegd, uitgeknepen en daarna gespoeld in een rivier of beek. Het kloppen en wrijven van de stof hielp om het vuil los te maken. Dit was hard werken voor de handen en de rug.

Schooltv beschrijft in een video over het wassen in de Middeleeuwen hoe er nog geen wasmiddel of wasmachines bestonden, en hoe urine de standaardoplossing was. Dat laat zien hoe gewoon dit gebruik was: niet als noodoplossing, maar als alledaagse praktijk.

Wie deed het wassen, en hoe vaak?

Wassen was bijna altijd vrouwenwerk. In welgestelde huishoudens waren er speciale wasvrouwen die dit werk uitvoerden. Arme mensen deden het zelf. De was werd niet wekelijks gedaan zoals nu, maar veel minder frequent. Kleding was duur en schaars, en mensen droegen dezelfde kleren lang achter elkaar. Ondergoed, dat dichter op de huid zat, werd vaker gewassen dan bovenkleding.

Er waren vaste wasdagen, soms maar een paar keer per jaar voor de zware was. Op zo’n wasdag stond het hele huishouden in het teken van de was. Water moest worden gehaald, verwarmd boven vuur, en de kleren moesten worden geweekt, gewreven, geklopt en gespoeld. Daarna werden ze te drogen gehangen aan touwen, struiken of heggen.

De komst van zeep en de wasplank

Zeep bestond al in de Oudheid, maar was lange tijd een luxeproduct. In de late Middeleeuwen en daarna werd zeep iets toegankelijker, al bleef het voor veel gewone mensen te duur. Zeep werd gemaakt van dierlijk vet of plantenolie gecombineerd met loog. De kwaliteit en hardheid verschilde sterk per regio.

De wasplank, een geribbelde plank van hout of later metaal, deed zijn intrede in de achttiende en negentiende eeuw. Door kleding over de ribbels te wrijven, kon vuil beter losgemaakt worden dan met alleen de handen. Samen met zeep maakte de wasplank het wassen een stuk effectiever, al bleef het lichamelijk zwaar.

In de negentiende eeuw werd ook de waskuip gemeengoed. Dit was een grote houten of metalen tobbe gevuld met warm water, soms met daarin soda of zeep. Kleren werden hierin geweekt en daarna uitgewrongen met de hand of later met een wringer, een apparaatje met twee rollers waartussen de natte kleren werden doorgedraaid om het water eruit te persen.

Hoe kleren vroeger droogden en roken

Na het wassen moesten de kleren drogen. Dat gebeurde buiten in de lucht, bij goed weer snel en bij slecht weer heel langzaam. In de winter was dit een groot probleem: kleren konden bevriezen of dagenlang vochtig blijven hangen. Binnenshuis werden kleren soms naast een haard of kachel gelegd, maar dat droeg ook brandgevaar met zich mee.

Gedroogde kleren roken na het wassen in de buitenlucht fris, maar het wassen zelf, met urine of loogwater, gaf tijdelijk een scherpe lucht. Mensen in vroegere eeuwen waren hier aan gewend. Kruiden zoals lavendel werden soms bij de opgeslagen kleding gelegd, niet alleen tegen motten maar ook voor de geur.

Van handwerk naar de eerste wasmachines

De eerste eenvoudige waskuipen met een draaischijf of roerder verschenen in de achttiende eeuw. Ze werkten met de hand en maakten het kneden van de was iets makkelijker. De echte doorbraak kwam in de tweede helft van de negentiende en vroege twintigste eeuw, toen wasmachines op stoom en later op elektriciteit beschikbaar kwamen. Die waren aanvankelijk alleen voor rijkere huishoudens betaalbaar.

Voor de meeste gewone mensen bleef wassen tot ver in de twintigste eeuw hand- en voetwerk. Pas toen elektrische wasmachines betaalbaar werden, verdween het zware waswerk uit het dagelijks leven. Wat nu een druk op een knop is, was eeuwenlang een van de zwaarste huishoudelijke taken die er bestonden.

Kleding wassen vroeger geeft een heel ander beeld van het dagelijks leven dan we nu gewend zijn. Het was tijdrovend, lichamelijk zwaar en vereiste vindingrijkheid met de middelen die voorhanden waren. Van urine en as tot zeep en wasplank: elke verbetering was een kleine bevrijding voor wie de was moest doen.

Delen:

Gerelateerde berichten

Andere Categorieën

Over de auteur