Kleding wassen doe je in een paar stappen: sorteer op kleur en materiaal, controleer de wassymbolen op het label, kies de juiste temperatuur en wasmiddel, en start de machine. Klinkt simpel, maar kleine fouten zorgen voor gekrompen truien, verkleurde shirts of beschadigde stoffen. Dit stappenplan laat je zien hoe je het goed doet.
Sorteer de was voor je begint
Begin altijd met sorteren. Was je alles door elkaar, dan loop je het risico dat kleuren overlopen of dat delicate stoffen beschadigen door zwaardere kledingstukken. Verdeel de was in drie groepen: witte kleding, lichtgekleurde kleding en donkere kleding. Nieuw gekleurde kleding (zeker donkerrood, marineblauw of zwart) wast je de eerste keer apart, omdat de kleurstof nog kan afgeven.
Sorteer daarna ook op stofsoort. Katoenen broeken en handdoeken kunnen op een hogere temperatuur, terwijl wol, zijde en fijne kleding een apart, zachter programma nodig hebben. Gooi een dunne bloes niet bij een spijkerbroek: de wrijving beschadigt de stof na verloop van tijd.
Controleer het waslabel
Op elk kledingstuk zit een label met wassymbolen. Die symbolen vertellen je precies wat je wel en niet mag doen. Een kuip met water staat voor wassen; het getal erin is de maximale temperatuur. Een hand in de kuip betekent met de hand wassen. Een kruis erdoor betekent: niet wassen, alleen reinigen door een professional.
Let op het symbool voor het centrifugeren. Eén streep onder de kuip betekent een lager toerental (usually 600 tot 800 toeren), twee strepen nog lager. Een kruis door het centrifugesymbool betekent helemaal niet centrifugeren. Negeer je dit, dan trekt fijne kleding krom of raken elastische stoffen vervormd.
Kies de juiste temperatuur
De meeste kleding kun je wassen op 30 of 40 graden. Op 30 °C wast je gekleurde kleding, synthetische stoffen en licht vervuilde kledingstukken. Op 40 °C gaat katoen, zoals T-shirts, ondergoed en kinderpyjamaatjes. Op 60 °C was je witte katoenen was, theedoeken en beddengoed als je echt wilt ontsmetten.
Wassen op een lagere temperatuur spaart energie en is zachter voor de stof. Heel vuile kleding, zoals werkkleding met vet of modder, heeft soms wel een hogere temperatuur nodig om schoon te worden. Bij twijfel: ga voor 30 °C, dat is voor de meeste kleding veilig genoeg.
Hoeveel wasmiddel gebruik je?
Gebruik niet meer wasmiddel dan de verpakking aangeeft. Te veel wasmiddel spoelt niet volledig uit, wat zorgt voor residuen in de stof en op de lange termijn irritatie van de huid. In een moderne wasmachine heb je vaak minder nodig dan de fabrikant aangeeft, zeker bij een lichte was of zacht water.
Gebruik vloeibaar wasmiddel of wasmiddelstrips voor gekleurde kleding en delicate stoffen. Waspoeder werkt goed voor witte was op hogere temperaturen. Voeg wasverzachter toe als je dat wilt, maar weet dat het de vochtopname van handdoeken vermindert. Voor sportkleding kun je wasverzachter beter weglaten: het tast de technische eigenschappen van de stof aan.
Fijne kleding en speciale materialen
Wol en zijde zijn gevoelig voor hitte en beweging. Was wol op het wolprogramma (maximaal 30 °C, weinig centrifuge) of met de hand in lauw water. Zijde was je met de hand of op een fijn programma van 30 °C, nooit uitwringen. Druk zijde na het wassen voorzichtig uit in een handdoek en hang het op.
Stop fijne kleding, beha’s en kleding met haakjes of decoraties altijd in een waszak. Zo bescherm je zowel de kleding zelf als de trommel van de wasmachine. Leeg alle zakken voor het wassen: papieren tissues lossen op en plakken aan alles, en een vergeten oordopje of pen kan echte schade aanrichten.
Na het wassen: drogen en opbergen
Haal kleding zo snel mogelijk uit de machine na het wassen. Blijft het natte wasgoed te lang liggen, dan trekt het een muffe geur aan. Hang kleding bij voorkeur op in de buitenlucht of in een goed geventileerde ruimte. Trek kledingstukken in model voor je ze ophangt, zodat ze niet scheef drogen.
Let ook hier op de symbolen: een vierkant met een cirkel staat voor de droogtrommel. Een kruis erdoor betekent niet in de droger. Wol, zijde en veel synthetische stoffen mogen niet in de droger, tenzij het label dat expliciet toestaat. Katoenen kleding kan er meestal wel in, maar dan op een lagere temperatuur om krimpen te voorkomen.
Veelgemaakte fouten bij het wassen van kleding
- Te veel was in de machine stoppen. De trommel moet voor maximaal driekwart vol zijn. Anders spoelt het wasmiddel niet goed uit en worden de kledingstukken niet schoon.
- Altijd op te hoge temperatuur wassen. Dat is niet nodig voor licht vuil en versnelt slijtage van de stof.
- Het label negeren. Eén keer op de verkeerde temperatuur wassen kan genoeg zijn om een trui te laten krimpen of kleur te laten verliezen.
- Vlekken niet voorbehandelen. Oude vlekken gaan er in de machine vaak niet meer uit. Behandel vlekken zo snel mogelijk, voor het wassen, met een vlekkenverwijderaar of door het kledingstuk even te laten weken.
- Donkere en lichte was samenvoegen. Zelfs bij 30 °C kan kleur afgeven, zeker bij nieuwe kleding.
Kleding wassen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met een goede sortering, het juiste programma en de temperatuur die bij het materiaal past, gaat je kleding langer mee en blijft het er beter uitzien. Neem even de tijd om het label te lezen; die paar seconden besparen je een hoop ergernis achteraf.






