Marter in de tuin: sporen herkennen en diervriendelijk verdrijven

marter in de tuin

Inhoudsopgave

Marters zijn 40-60 cm grote dieren die slechts 1-3 kilo wegen en tot de roofdieren behoren. De levensverwachting van Een marter is een klein roofdier dat tussen de veertig en zestig centimeter groot is en tussen de één en drie kilo weegt. Deze dieren leven ongeveer tien jaar en komen vooral voor in bossen, weilanden en gebieden met veel bomen. Ze bouwen hun nest op rustige plekken waar ze zich veilig voelen. Er bestaan ongeveer vijfenzestig soorten marters, maar de bekendste is de steenmarter. Marters zijn nachtdieren en leggen ’s nachts grote afstanden af. Overdag verstoppen ze zich op warme en droge plekken, bijvoorbeeld op zolders of in schuurtjes.

Waarom marters in je tuin komen

Marters zijn altijd op zoek naar eten. In de zomer komen ze graag in tuinen waar bessen, vruchten of insecten te vinden zijn. Ook zoeken ze naar slakken, die zich vaak ophouden bij groenteplanten. Dat kan voor een tuinier zelfs een voordeel zijn, omdat de marter op die manier helpt om plantenplagen tegen te gaan. Als je kippen in de tuin houdt, moet je extra goed opletten. Marters kunnen namelijk gangen graven onder het hok om binnen te komen. Het is daarom verstandig om dierenverblijven te beschermen met stevig gaas dat diep in de grond zit.

Hoe je merkt dat er een marter in de buurt is

Een duidelijk teken van een marter zijn de uitwerpselen. Deze hebben de vorm van een worst en eindigen in een puntje. De geur is erg sterk en valt daardoor meteen op. Soms zie je ook pitten of haren in de uitwerpselen, omdat dit resten zijn van wat de marter heeft gegeten. Marters gebruiken geurstoffen om hun territorium af te bakenen. Deze geur blijft vaak hangen aan struiken of planten en lijkt op rotte eieren. Ook maken marters geluid, vooral in de schemering of nacht. Tijdens de paartijd hoor je soms luid geschreeuw of gestommel, zeker als ze in een schuur of kelder zitten.

Wat je kunt doen om marters te verjagen

Als je een marter in de tuin hebt, hoef je die niet zomaar te accepteren. Veel soorten zijn wel beschermd, dus je mag ze niet vangen of doden. Toch kun je ze op een diervriendelijke manier uit je tuin wegjagen. Sommige geuren vinden marters zo vervelend dat ze vanzelf wegblijven. Een bekende methode is azijn. Je kunt wat azijn op de grond gieten. De geur blijft lang hangen, maar je moet wel oppassen dat het niet op de planten terechtkomt. Een andere optie is het gebruik van wc-blokjes. Die hebben een chemische geur waar marters niet tegen kunnen. Ze blijven dan liever uit de buurt.

Andere middelen die kunnen helpen

Ook menselijke urine kan marters afschrikken. De geur doet hen denken aan andere dieren, zoals honden. Omdat marters conflicten willen vermijden, kiezen ze dan liever een andere plek. De geur van urine vervliegt echter snel, dus het werkt niet lang. Een andere methode is het gebruik van chili. Je kunt chilipoeder op kleine stukjes voedsel strooien of hete chilisaus op tuinslangen smeren. Marters proberen hier soms in te bijten. Door de scherpe smaak ervaren ze een onaangenaam gevoel en blijven daarna uit de buurt. Deze methode doet de dieren geen pijn, maar zorgt wel dat ze de plek gaan vermijden.

Wat je kunt doen als niets werkt

Soms blijven marters terugkomen, ondanks alle huismiddeltjes. In dat geval kun je een professional inschakelen. Ongediertebestrijders weten precies hoe ze een marter op een veilige manier kunnen vangen. Ze gebruiken bijvoorbeeld levende vallen die het dier niet verwonden. De marter wordt daarna op een veilige plek in de natuur vrijgelaten. Let er wel op dat dit niet mag gebeuren tussen maart en oktober, omdat marters dan jongen hebben. Als je een moederdier weghaalt, blijven de jongen alleen achter en kunnen ze doodgaan. Het is daarom belangrijk om goed na te denken over het juiste moment en om altijd volgens de regels te werken.

Delen:

Gerelateerde berichten

Andere Categorieën

Over de auteur