Wol wassen: hoeveel toeren kies je?

Inhoudsopgave

Bij het wassen van wol gebruik je maximaal 400 toeren in de centrifuge. Dat is het belangrijkste getal om te onthouden. Meer toeren dan dat zorgt ervoor dat wollen vezels samenklonteren, krimpen of permanent vervormen. De meeste wasmachines hebben een apart wol- of handwasprogramma dat automatisch op dit lage toerental draait.

Wol is een gevoelig materiaal. De schubjes op de vezels haken in elkaar als er te veel druk, warmte of beweging bij komt. Een hoog toerental is precies dat soort stress. Daarom is het toerental bij wol wassen niet iets om te improviseren.

Hoeveel toeren bij wol wassen: de vuistregel

Houd het centrifugetoerental bij wol altijd tussen de 400 en 600 toeren. De veiligste keuze is 400 toeren, zeker voor dunne of kwetsbare wollen items zoals merino truien, wolmixen of handgebreide stukken. Bij stevigere wollen stoffen, zoals een dikke wollen deken, kun je voorzichtig naar 600 toeren gaan, maar lager is altijd beter.

Sommige mensen kiezen er bewust voor om de centrifuge helemaal over te slaan. Je tilt het kledingstuk dan uit het water, legt het plat op een droge handdoek en rolt die op om het vocht er zachtjes uit te persen. Dat is de allerzachtste methode en geeft het kleinste risico op krimp of vervorming.

Wat er mis gaat bij te hoge toeren

Een trui die op 1000 toeren is geslingerd, kan zomaar twee maten kleiner uit de machine komen. De wolvezels krimpen niet alleen door warmte, maar ook door mechanische kracht. Bij hoge toeren wordt het kledingstuk hard tegen de wand van de trommel gedrukt en dat beschadigt de structuur van de vezel. Het resultaat is vilt: een stugge, dichte stof die niet meer in de oorspronkelijke vorm terug te brengen is.

Daarnaast kan een hoog toerental kreukels veroorzaken die bij wol moeilijk weg te strijken zijn. Wol strijk je überhaupt niet direct aan, maar die kreukels worden door te hard centrifugeren nóg hardnekkiger.

De juiste instellingen op je wasmachine

Kies altijd het wolprogramma of handwasprogramma op je wasmachine. Dat programma regelt automatisch:

  • Een lage temperatuur (meestal 30 graden of koud)
  • Weinig mechanische beweging tijdens het wassen
  • Een laag toerental bij het centrifugeren (vaak 400 tot 600 toeren)

Heb je geen wolprogramma? Stel dan handmatig een fijnwasprogramma in op 30 graden en verlaag het centrifugetoerental apart naar maximaal 400 toeren. Op de meeste moderne wasmachines is dat apart aan te passen via een draaiknop of een apart knopje voor “toeren”.

Doe ook niet te veel wol tegelijk in de machine. Miele raadt aan om één tot twee kilogram aan te houden. Een volle trommel geeft de vezels geen ruimte om te bewegen en vergroot de kans op beschadiging.

Na het centrifugeren: zo droog je wol correct

Na het wassen op 400 toeren is wol nog steeds behoorlijk nat. Dat hoort zo. Leg het kledingstuk plat op een schone droge handdoek en geef het de juiste vorm terug voordat het droogt. Hang wol nooit op aan een kleerhanger, want dan rekt het uit door het gewicht van het water.

Laat wol drogen op een plat oppervlak, weg van direct zonlicht en uit de buurt van een verwarming. Een radiator droogt wol te snel en ongelijkmatig, wat krimp kan veroorzaken. Hetzelfde geldt voor de droger: de meeste wollen kleding mag absoluut niet in de droger.

Kort samengevat: wol wassen op maximaal 400 toeren, bij voorkeur met een wolprogramma op 30 graden, daarna plat laten drogen. Dat is de combinatie die je wollen kleding jarenlang mooi houdt.

Delen:

Gerelateerde berichten

Andere Categorieën

Over de auteur